Steun ons en help Nederland vooruit

vrijdag 24 maart 2017

De deur nog op een kier…

In de commissievergadering van 24 maart is nog geen overeenstemming bereikt over het collegevoorstel voor het landgoed Elswoutshoek.  Maar de deur staat nog op een kier. Het gaat om het wijzigen van de bestemming van het woonhuis naar materiaalberging, het bouwen van een vervangend huis van dezelfde afmetingen, en het slopen en herbouwen van een stal. Het college gaat in overleg met de eigenaren over een aangepast voorstel.

D66 is het college dankbaar voor de pro-actieve inzet om de verhoudingen met de eigenaren van Elswoutshoek te normaliseren.  Het voorstel dat er nu ligt is een bijzondere werkwijze, maar kan wel weer de basis zijn van een normaal vergunningverleningsproces waar alle inwoners van Bloemendaal recht op hebben. Daarom heeft D66 een beroep gedaan op de andere partijen om te proberen overeenstemming te bereiken.

De inbreng van Conny van Stralen, fractievoorzitter, was als volgt:

“Het voorstel geeft kaders aan waarbinnen dit vergunningsverleningsproces inclusief een bestemmingsplanwijziging zou moeten plaatsvinden en doet een voorlopige toetsing op de regelgeving. Het gaat om bouwen op een historisch landgoed met hoge natuurwaarde, dat op verschillende manieren door regelgeving beschermd is, omdat we landgoederen willen behouden voor de toekomst. Heel duidelijk moet zijn voor iedereen dat pas bij een goed onderbouwd bouwplan er getoetst gaat worden aan de 8 genoemde beleidsregels en verordeningen, en dat de uitkomst van deze toetsing nog niet vast ligt.

Het college geeft aan dat er een gerede kans is dat een bouwplan voor een woonhuis op de plaats van de stal, functiewijziging van de bestaande woning naar materiaalberging en bouwen van een nieuwe stal aan de beleidsregels en verordeningen kan voldoen. Iedere inwoner van Bloemendaal zou volgens D66 de gelegenheid moeten krijgen om zo’n kans te grijpen.

Wij hebben nog wel een aantal vragen en zorgen.

D66 kan instemmen met de functiewijziging van de voormalige dienstwoning naar berging en van de stal naar woning. De argumentatie daarvoor is niet ruimtelijk, maar meer een wens van de inwoners omwille van een verbetering van de leefbaarheid van de woning. De overheid is ervoor om te kijken of wensen van inwoners gehonoreerd kunnen worden, en dat lijkt hier te kunnen. Ons begrip van de intentie van het college is dat de nieuwe woning niet groter wordt dan de huidige woning. Maar de maximale afmetingen als geschetst in het besluit geven wel een toename van de bouwmassa aan. Juist iets waar het landgoederenbeleid een stokje voor wil steken. Vraag aan het college: Is het mogelijk om de bouwmassa van de nieuwe woning strikter te bepalen? Waarom is dat niet preciezer in het besluit opgenomen?

Het college heeft in het voorstel de bijgebouwenregeling voor woningen gecombineerd met de regeling voor materiaalbergingen en stallen uit de landgoederennota, én de in het bestemmingsplan aangegeven bouwvlakken. D66 vindt het niet aan de raadscommissie om een discussie te voeren over precieze vierkante meters. Dat kan zo nodig separaat in een technische bespreking. Wel is het belangrijk om te weten hoe deze regelingen combineren en welke regels dan in meer of mindere mate van toepassing zijn op landgoederen.

De recente landgoederennota bepaalt ons nieuwe beleid dat nog in nieuwe regelgeving en bestemmingsplannen moet worden omgezet. In de landgoederennota is bepaald dat we de regelgeving niet direct aanpassen, maar de nota gebruiken voor toetsing van afwijkende initiatieven, in 2019 evalueren en pas daarna het beleid in de bestemmingsplannen verwerken. Dus dit is de eerste toets.

Het stapelen van vierkante meters bouwrechten uit diverse regelingen staat wel zeker haaks op de beleidsambities van de landgoederennota, die beheer van en wonen op het landgoed en het houden van dieren mogelijk wil maken, maar tegelijkertijd ook nieuwbouw wil beperken. Interpretatieverschillen over wat binnen de kaders valt heel wel mogelijk. Maar ook de toepassing van de bepalingen van de landgoederennota zelf voor de materiaalbergingen en de stallen is een afweging die gemaakt moet worden. Bijvoorbeeld de toets hoe groot de stal kan zijn. De maximale maten staan in het raadsvoorstel, zowel oppervlakte en hoogte. Maar in de landgoederennota is aangegeven dat de grootte van een stal gerelateerd is aan het beoogd gebruik, nl. het aantal hoefdieren, en de omgeving. Dus als het niet nodig is, dan ook geen groter en hoger bouwwerk dan nodig wat D66 betreft. Is het college het daarmee eens?

De voorlopige toetsing betekent voor ons dat de maximale maten die nu aangegeven zijn dus ook nog echt bekeken moeten worden en we geven graag aan wat voor ons daarbij belangrijke aspecten zijn:

  1. Hiërarchie van de bebouwing op het landgoed (zoals aangegeven in de nota Landgoederen);
  2. Beperken van nieuwe bebouwing in de landgoederenzone;
  3. Verbetering van ruimtelijke kwaliteit (zoals aangegeven in de Structuurvisie);
  4. Voorkomen van splitsing van een landgoed;
  5. Behoud van als monument aangemerkte onderdelen, en dat is in dit geval ook de parkaanleg.

Een niet onbelangrijk detail is voor ons de term “kavelpaspoort”. Wij vinden de manier om de kaders met dit document inzichtelijk te maken een hele goede. Maar de term “kavelpaspoort” wordt normaal gebruikt in een meer definitieve fase van de planvorming met meer informatie. Daardoor zou de status van dit document in dit besluit een andere kunnen krijgen dan we bedoelen. We willen niet dat daar onduidelijkheid over bestaat en willen het college vragen om deze titel aan te passen.

Hoe ziet het college de vervolgstappen? We nemen aan dat de vergunningsverlening regulier verloopt, d.w.z. dat de aanvrager de benodigde plannen met onderbouwing aanleveren. Maar ook nodig is dat beide eigenaren schriftelijk akkoord gaan met bepalingen voor de materiaalberging en stalruimte want die zijn van toepassing op het gehele landgoed. Ik hoor graag hoe u dit wilt aanpakken en waarom dit nog geen onderdeel is van dit raadsvoorstel.”

Deskundingen doen de toetsing

Belangrijk is dat we elkaar als raad over dit onderwerp kunnen vinden en dit dossier in rustig vaarwater kunnen brengen. De richting waarop het college het wil aanpakken is duidelijk. De oproep van D66 om als raad ons niet als de deskundigen op ruimtelijk beleid te gedragen, kreeg weinig gehoor.
D66 vindt het belangrijk dat het college de raad goed meeneemt in de afwegingen, maar ziet het niet als taak van de raad om de toetsing zelf te doen. Dat doen deskundigen. En het resultaat zullen we als raad kritisch bekijken. Een goed ingepast, terughoudend plan voor een huis, materiaalberging en stallen in de utiliteitszone zou wat D66 betreft mogelijk moeten zijn.

Wordt vervolgd

In de raadsvergadering van 30 maart is het voorstel nog kort besproken en is het voorstel afgestemd met 11 tegen 8. Tegelijkertijd heeft het college aangekondigd dat er in de commissie grondgebied volgende week al een aangepast voorstel zal liggen, dat grote kans heeft op steun van de meerderheid.