Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 22 december 2014

Ter herinnering aan Frits Roemers

Iedereen zal bij het vernemen van het bericht van iemand’s  plotselinge overlijden automatisch terugdenken aan de laatste keer dat men de overledene heeft gesproken. Voor mij was dat eind mei jl. in de hal van het gebouw van Publieke Werken tijdens de fotopresentatie van de nieuwe wethouders. Frits spoedde zich vlug en lenig de trap op langs de nieuwe wethouders om daarna meteen weer de trap te willen afdalen naar een overleg van zijn partij, de PvdA. In het voorbijgaan vroeg ik hem of hij aan wilde blijven als lid van de Audit Commissie. Ik wist dat hij nog geen besluit had genomen. Misschien helpt het als ik het hem ook nog eens vraag, dacht ik. ‘We kunnen je niet missen’, zei ik. ‘Met maar een zeteltje?’, zei hij vragend terug. Ik begreep dat het niet het juiste moment was om verder aan te dringen.

Veel Bloemendaalse D66’ers hebben jarenlang plezierig met Frits Roemers samengewerkt, zoals Alice Jeltes en Conny van Stralen. Zelf heb ik ook vier jaar met hem samengewerkt in wat toen nog de ‘Adviescommissie voor Financiën’ heette. De adviezen waren overigens meestal van de hand van Frits en ik kan mij niet herinneren ooit iets anders te hebben geadviseerd dan Frits. Bij de periodieke bezoeken van de accountant kon je je namelijk – als Frits erbij was – afvragen wie de accountant was en wie het raadslid. Frits was de absolute financiële specialist die elke fractie in zijn midden zou wensen, en daarnaast een overtuigd woordvoerder namens zijn partij.

Ter herinnering aan Frits wil ik aan D66 meegeven, dat je het uitgeven van het geld van de belastingbetaler gerust kunt toevertrouwen aan een PvdA-er. Vaak blijft onderbelicht dat ‘overheidsfinanciering’  een vak is dat een specifieke deskundigheid vereist. Frits beheerste dat vak als geen ander. Voor de meeste politici is het lezen van jaarrekeningen en begrotingen een taai ongerief,  maar het het is wel belangrijk omdat je als politicus bezig bent met het uitgeven van geld van andere mensen. Frits was zich daarvan ten zeerste bewust.

Laat mij ook nog even persoonlijk worden over Frits. In de eerste plaats was hij voor iedereen – en dus ook voor mij – altijd zeer toegankelijk. Dat dacht ik ook, toen ik zei: ‘We kunnen je niet missen’. Ik meende dat we over een paar maanden wel weer bij hem zouden kunnen aankloppen. Het nieuwe College – en zeker ook de nieuwe D66-wethouder – waren immers zojuist op pad gestuurd met meer dan genoeg lastige financiële kwesties, zoals het nieuwe zorgbudget, de verkoop van sociale huurwoningen en de groeiende uitgaven in gemeenschap met andere gemeenten.

Zonder dat zijn naam werd genoemd, was Frits vorige maand weer even  aanwezig in de Raadsvergadering. De PvdA-fractie herinnerde de raad eraan dat de gedoteerde 6 ton voor de sociale woningbouw op het terrein van het voormalige Marinehospitaal destijds al was teruggestort in de algemene middelen. Niemand – ook de wethouder niet – wist hoe dat gat moest worden gedekt omdat het geld toen al was uitgegeven. Zonder Frits zullen we het waarschijnlijk nooit weten.

Tot slot was Frits bovenal een buitengewoon bescheiden en hartelijke man. Hij produceerde telkens weer lange lijsten met verbeteringsvoorstellen waarmee de gemeente haar voordeel kon doen, zonder er zelfs maar zijn naam boven zetten. Bij het dienen van de publieke zaak was het scoren van persoonlijke punten hem vreemd. Met hem kon je het echter ook over andere dingen dan de politiek hebben. Voor mij was dat vooral voetbal. En dan was het scoren van doelpunten ineens weer erg belangrijk. Niemand wist beter dan Frits het verschil tussen een raadsvergadering en een voetbalwedstrijd.

Mede namens fractie en bestuur van D66 Bloemendaal wens ik de familie sterkte bij dit grote verlies.

Gerard Metselaar