Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 10 november 2014

Gemeente Bloemendaal stopt met subsidieverlening aan projectontwikkelaars

In de begroting 2015 is de reservering en het fonds voor sociale woningbouw opgeheven. D66 Bloemendaal heeft ingestemd met de begroting en het opheffen van het fonds. Het lijkt alsof de gemeente daarmee ook de bouw van sociale huurwoningen zelf aan de kant zet, maar niets is minder waar. Er wordt slechts gekozen voor een nieuwe strategie die meer vraaggericht is. De projectontwikkelaar is nu aan zet. Jerker Westphal, fractievoorzitter van D66 Bloemendaal, legt dit uit.

D66 Bloemendaal was toch altijd voor 1/3 sociale woningbouw bij nieuwbouwprojecten?

Klopt, en dat zijn we nog steeds! De eis van 1/3 sociale woningbouw bij een wijziging van een bestemmingsplan staat nog steeds in het coalitieakkoord en collegeakkoord.  Alleen denken we dat de omstandigheden de afgelopen jaren dusdanig veranderd zijn, dat we die sociale woningbouw nu beter op een ander manier kunnen realiseren.

Wat behelsde dat ‘Fonds Sociale Woningbouw’?

De gemeente heeft de wettelijke taak om te zorgen voor voldoende woongelegenheid. De gemeente maakt daarom zogenoemde ‘prestatieafspraken’ met woningcorporaties. Die corporaties zijn verantwoordelijk voor de instandhouding van een “kernvoorraad” van betaalbare woningen voor mensen met de laagste inkomens. De prestatieafspraken die gemaakt worden, gaan over zaken als een voldoende aantal betaalbare woningen, maar ook over bevorderen van doorstroming op de woningmarkt, levensloopbestendig wonen, energiezuiniger bouwen en wonen en woningen voor bijzondere doelgroepen.  Al met al zorgen die afspraken ervoor dat iedere gemeente voldoende passende huisvesting kan bieden aan haar inwoners.
In de gemeente Bloemendaal, waar de bouwgrond duur is, was het in het verleden voor woningcorporaties schier onmogelijk om kostendekkend sociale woningen te realiseren. Dat wil zeggen dat het bouwen en verhuren van een sociale huurwoning duurder was dan wat die aan huuropbrengsten op zou gaan brengen. Daarom heeft de gemeente Bloemendaal toen een spaarpot oftewel reserve gevuld, zodat de gemeente kon bijdragen aan de bouw van sociale huurwoningen. De gemeente deed er wat geld bij om zich ervan te verzekeren dat er voldoende sociale huurwoningen bij zouden komen. Het was tevens een soort steunfonds voor de corporatie Brederode Wonen, die op dat moment geen geld meer in kas had na overname van de gemeentelijke huurwoningen.

Waarom werkt zo’n Fonds Sociale Woningbouw niet meer?

Het rijk heeft nieuwe eisen opgelegd aan woningbouwcorporaties naar aanleiding van recente schandalen. Zij moeten continu voldoende eigen vermogen hebben om bij een eventueel faillissement aan hun schulden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de corporaties momenteel woningen aan het verkopen zijn om meer geld in kas te krijgen. Het zou dan als gemeente onlogisch zijn om tegelijkertijd aan zo’n corporatie geld te geven om woningen te bouwen. Per saldo komen er dan immers geen sociale huurwoningen bij, terwijl het de gemeente wel geld kost. We zitten dan als gemeente Bloemendaal eigenlijk de kas van de corporaties te spekken. Dat kan en mag natuurlijk niet de bedoeling zijn. Daarnaast speelt een rol dat de woningmarkt zelf sterk is veranderd.

D66 heeft overigens wel bedongen dat de gemeente blijft bijdragen aan sociale woningbouw voor speciale aandachtsgroepen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Stichting Dolfijn, die zorgwoningen op het Marinehospitaalterrein wil bouwen voor gehandicapte kinderen. Dit zijn natuurlijk woningen die je sowieso niet zomaar aan particulieren verkoopt en dus door de corporaties niet gebruikt zullen worden om hun kas te spekken.

Wat gaat er gebeuren met de gelden uit het Fonds Sociale Woningbouw?

Er zit nu nog € 1.100.000 in deze reserve. Dat gaat terug naar de algemene flexibele reserve. In 2015 gaat de gemeente extra middelen inzetten voor ‘het afschrijven van investering van maatschappelijk nut’. Dat klinkt ingewikkeld, maar houdt eigenlijk in dat er afgeschreven wordt op bijvoorbeeld wegen. Dat moet de gemeente sowieso doen, en door de gelden uit het fonds hiervoor in te zetten, verbetert de financiële positie van de gemeente.

Hoe gaat de gemeente er in de toekomst alsnog voor zorgen dat er wel 1/3 deel sociale huurwoningen wordt gebouwd?

De gemeente heeft een verordening voor nieuwe bouwprojecten. Daarin ligt de verantwoordelijkheid voor het realiseren van 1/3e deel sociale woningbouw bij de ontwikkelaar. Het is aan de ontwikkelaar om 1/3 deel sociale huurwoningen te realiseren bij woningbouwprojecten. Alleen dan werkt de gemeente mee aan een wijziging van een bestemmingsplan. Wanneer de woningcorporatie, die normaliter deze woningen afneemt, geen behoefte heeft aan sociale huurwoningen op de betreffende plek, zal de ontwikkelaar deze taak moeten afkopen. Dat kost nu € 26.000 per woning. De opbrengsten van die afkoop gaan naar een gemeentelijk vereveningsfonds. Het fonds kan worden ingezet om op andere plekken juist nog méér dan 1/3 sociale huurwoningen te bouwen. Dat werkt als volgt: stel dat een ontwikkelaar ergens 90 woningen wil gaan realiseren. De corporatie wil heel graag zoveel mogelijk sociale woningen op deze plek.  In principe moet de ontwikkelaar 30 sociale huurwoningen bouwen, die de corporatie hier natuurlijk ook gaat afnemen. Maar als er geld zit in het sociaal vereveningfonds, kunnen we bijdragen zodat de corporatie nog wat meer woningen kan afnemen bij de ontwikkelaar. Op deze plek zouden dan juist meer dan 1/3 sociale woningbouw komen. Bijkomend voordeel is dus dat we beter kunnen inspelen op de echte behoefte van de woningcorporaties, namelijk de juiste woning op de juiste plek.
Daarnaast maakt de gemeente natuurlijk de al eerder genoemde prestatieafspraken met de woningcorporaties om ervoor te zorgen dat er voldoende passende woningen zijn voor de laagste inkomensgroepen en bijzondere doelgroepen. Binnenkort gaat wethouder Botter weer in gesprek met de corporaties om tot afspraken over de periode 2015-2018 te komen.

En voor wat betreft de bestaande woningvoorraad: heeft Bloemendaal voldoende sociale woningen?

De Bloemendaalse woningvoorraad bestaat voor 17 procent uit sociale huurwoningen. In vergelijking met de buurgemeenten – met name Haarlem – lijkt 17 procent niet veel, maar in verhouding met de omvang van de laagste inkomensgroep in de gemeente Bloemendaal is het ook niet te weinig. Het probleem in Bloemendaal is niet zozeer het aanbod aan sociale woningen, maar het zogenoemde ‘scheefwonen’. Dat wil zeggen dat hele goedkope woningen worden bewoond door mensen die eigenlijk niet tot de doelgroep van de laagste inkomens behoren. Ik verwacht dan ook dat wethouder Botter doorstromingsmaatregelen gaat bespreken met de corporaties.